TSH, T4 en T3, FT4 en FT3

 

Normaalwaarden

Normaalwaarden zijn de  grenswaarden die horen bij een normale werking van de schildklier. 

TSH

De schildklier wordt aangestuurd door TSH (schildklier stimulerend hormoon). De hypofyse maakt dit hormoon. Aan de TSH-waarde is goed te zien hoe de schildklier werkt.

Als er te weinig schildklierhormoon in het lichaam is, maakt de hypofyse veel TSH. Je noemt dit wel een trage schildklier of hypothyreoïdie.

Is er te veel schildklierhormoon, dan maakt de hypofyse weinig TSH. Je noemt dit wel een snelle schildklier of hyperthyreoïdie.

T4 en T3

De schildklier maakt twee soorten hormonen aan: T4 (thyroxine) en T3 (thyronine). 
Het hormoon T4 is een soort voorraad. T3 is het actieve hormoon.

Naar behoefte van het lichaam, weefsels en cellen wordt T4 omgezet in T3. Dat gebeurt onder andere in de lever, de spieren en de hersenen.

FT4 en FT3

Het grootste deel van het T4- en T3-hormoon bindt zich aan eiwitten in het bloed. Een klein beetje hormoon is direct beschikbaar. Dit geef je aan met de letter F van free = vrij.

FT4 = vrij T4 en FT3 = vrij T3.

Normaalwaarden op een rijtje

De arts vergelijkt een gemeten waarde met de normaalwaarden. Zo ziet hij of deze binnen de normale grenzen ligt. Als deze waarde buiten de grenzen valt, doet een arts verder onderzoek naar de werking van de schildklier. Als de waarde binnen de normaalwaarden ligt, kijkt een arts eerder naar andere oorzaken van de klachten. Denk bijvoorbeeld aan diabetes.

Elk laboratorium heeft zijn eigen normaalwaarden. In het rijtje zie je de meest gebruikelijke.

Normaalwaarde TSH     : 0,4 – 4,0 mU/l
Normaalwaarde T4       : 60 – 140 nmol/l
Normaalwaarde FT4     : 8 – 26 pmol/l
Normaalwaarde T3       : 1,2 – 3,4 nmol/l
Normaalwaarde FT3     : 3 – 8 pmol/l

Meer informatie over schildklierhormoon en antistoffen vind je hier.

Reageer